Afkortingen

AC: Aanmeldcentrum. Een asielzoeker die in Nederland asiel wil aanvragen, moet zich aanmelden bij een aanmeldentrum van de IND. Daar vindt de eerste registratie van de asielzoeker plaats. Na de eerste registratie wordt de asielzoeker doorverwezen naar een opvanglocatie in de buurt van het aanmeldcentrum waar zijn asielprocedure behandeld wordt. Daar is er gelegenheid voor medisch advies, voorlichting door Vluchtelingenwerk Nederland en voorbereiding door een advocaat. Ook vinden er allerlei onderzoeken plaats zoals identiteits- en documentenonderzoek.
Asielaanvraag: Een aanvraag om een verblijfsvergunning van een vreemdeling die vindt dat hij voor bescherming in Nederland in aanmerking komt, zoals bedoeld in het Vluchtelingenverdrag.
Asielprocedure: Een geformaliseerde aaneenschakeling van handelingen en activiteiten die moeten worden verricht voor het afhandelen van een asielaanvraag. Dit wordt gedaan bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND).
Asielzoeker: Een vreemdeling die zijn land heeft verlaten om in een ander land asiel aan te vragen. De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) onderzoekt, namens de verantwoordelijke bewindspersoon, of de asielzoeker voor bescherming in Nederland in aanmerking komt. Bijvoorbeeld omdat hij vluchteling is, in zijn eigen land het reële risico loopt om onmenselijk behandeld te worden of terugkeer in redelijkheid niet kan worden verlangd vanwege traumatische ervaringen of vanwege de algehele onveilige situatie in zijn land.
EVRM: Europees Verdrag van de Rechten van de Mens
IND: Immigratie- en Naturalisatiedienst. De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) behandelt alle aanvragen van vreemdelingen die in Nederland willen verblijven of die Nederlander willen worden. Ook op aanvragen op grond van artikel 64 van de Vreemdelingenwet 2000 beslist de IND. De IND draagt een dossier van vreemdelingen die een eerste negatieve beschikking op hun asielaanvraag hebben gehad over aan de DT&V. De DT&V adviseert de IND bij beslissingen in het kader van ‘buiten schuld’ en ‘schrijnendheid’. Bekijk ook eens hun website.
Inreisverbod: Een vreemdeling die een inreisverbod krijgt opgelegd mag gedurende de looptijd van het inreisverbod het Schengengebied niet inreizen. Overtreding van het inreisverbod is strafbaar. Een vreemdeling krijgt een inreisverbod opgelegd als hij inbreuk heeft gemaakt op de openbare orde of niet binnen de termijn zoals die is aangegeven in het terugkeerbesluit Nederland heeft verlaten.
Mvv: machtiging tot voorlopig verblijf
Pardonregeling: Dit betreft de regeling ter afwikkeling van de nalatenschap van de oude Vreemdelingenwet. Op basis van deze regeling is, onder voorwaarden, vreemdelingen die een eerste asielaanvraag hadden ingediend, verblijf toegestaan onder de oude vreemdelingenwet.
Schengen: In 1985 en 1990 ondertekenden een aantal lidstaten van de toenmalige Europese Gemeenschap het Verdrag van Schengen en de Uitvoeringsovereenkomst van Schengen. Deze overeenkomsten hebben onder meer een vrij personenverkeer tot stand gebracht in het zogeheten Schengengebied. Door het wegvallen van de binnengrenzen in dit gebied, is ook de controle van het personenverkeer tussen deze landen afgeschaft.
Schengenlanden: Schengenlanden zijn landen waartussen geen grenscontrole voor personen plaatsvindt. Binnen het Schengengebied wordt dus niet gecontroleerd aan de grens. Dit is vastgelegd in de Schengen-Grenscode en de Schengen Uitvoeringsovereenkomst (SUO), die voortvloeien uit het Akkoord van Schengen, ook wel het Schengenverdrag genoemd. De Schengenlanden hebben gezamenlijke afspraken gemaakt over het visumbeleid, het asielbeleid en de samenwerking tussen politie en justitie.
TEV: Toegang en Verblijf
Uitzetting: De vreemdeling wordt – al dan niet onder begeleiding van de Koninklijke Marechaussee – overgebracht naar zijn land van herkomst of naar een ander land waar zijn toelating is gewaarborgd. De uitzetting heeft plaatsgevonden wanneer de vreemdeling het Nederlandse grondgebied heeft verlaten.